Schadevergoeding voor slaper

De inkt van de Xella-beschikking is nog maar net droog en er ligt al een arrest van het Hof Den Bosch waarin een werkgever wordt veroordeeld om aan een werknemer een schadevergoeding te betalen vanwege het niet beëindigen van een slapend dienstverband.

Schadevergoeding voor slaper

Blog van AVN

23 januari 2020

Feiten

In de Bossche zaak ging het om een werknemer (geboren in 1953) die al sinds 1989 bij een onderwijsinstelling in dienst was. Werknemer raakte arbeidsongeschikt en in oktober 2016 kende het UWV aan de werknemer een WGA-uitkering toe, die vervolgens in juni 2018 werd omgezet in een IVA-uitkering. Tot tweemaal toe (in 2017 en 2019) heeft de werknemer aan de werkgever verzocht om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigingen onder toekenning van de transitievergoeding. De werkgever heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven.

Aangezien de werknemer eind augustus 2019 de AOW-gerechtigde leeftijd zou gaan bereiken, zegde de werkgever met een brief van 12 maart 2019 de arbeidsovereenkomst op, en wel tegen de datum van 1 september 2019. De werkgever kende daarbij aan de werknemer geen transitievergoeding toe.

De werknemer stapt naar de kantonrechter en verzoekt om aan hem een transitievergoeding toe te kennen. De kantonrechter wijst het verzoek af waarna de werknemer in hoger beroep gaat. In hoger beroep wijzigt de werknemer zijn verzoek en vordert in plaats van de transitievergoeding een schadevergoeding, en wel ter hoogte van de transitievergoeding. Aan dit verzoek legt de werknemer ten grondslag dat hij herhaaldelijk aan de werkgever gevraagd heeft om de arbeidsovereenkomst te beëindigingen onder toekenning van een transitievergoeding. Nu de werkgever dat steeds heeft geweigerd, is daarmee niet voldaan aan haar verplichtingen uit hoofde van het goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Naar het oordeel van de werknemer is de schade die hij hierdoor lijdt als gevolg van de niet-nakoming van deze verplichting gelijk aan de hoogte van de transitievergoeding. Werknemer heeft daarbij zijn vordering nog beperkt tot een berekende transitievergoeding per 2 oktober 2016, zijnde de datum van einde wachttijd (2 jaar ziekte).

Oordeel Hof

De werkgever heeft bepleit dat de verplichting voor werkgevers om in te stemmen met het verzoek van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst enkel geldt voor verzoeken tot beëindiging van de werknemers gedaan na de uitspraak van de Hoge Raad in de Xella-zaak. Het Hof volgt dit standpunt niet. Immers, het hoofdargument voor de uitleg van de Hoge Raad is de invoering van de Wet Compensatie Transitievergoeding en de omstandigheid dat die wet beoogde de belangrijkste beweegredenen voor werkgevers weg te nemen om dienstverbanden na 2 jaar ziekte slapend te houden (te weten het betalen van een transitievergoeding). Die wet is al op 11 juli 2018 gepubliceerd. Tegen die achtergrond moet worden aangenomen dat de weigering van de werkgever in 2019 om in te stemmen met een verzoek van werknemer gezien moet worden als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verplichting als goed werkgever te handelen.

Vervolgens stelt de werkgever nog dat werknemer inmiddels AOW-gerechtigd is en om die reden geen recht heeft op een transitievergoeding. Zou dat anders zijn dan zouden, aldus de werkgever, duizenden ex-werknemers (onder wie AOW-gerechtigden) hun werkgever aansprakelijk kunnen stellen. Dit is naar het oordeel van de werkgever niet de bedoeling van de Hoge Raad. Het Hof komt echter op basis van dit argument niet tot een ander oordeel. Het Hof overweegt daarbij dat het in deze zaak gaat om een werknemer die na publicatie van de Wet Compensatie Transitievergoeding en voor dat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, zijn werkgever daadwerkelijk heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. Het Hof wijst er nog op dat de Hoge Raad heeft overwogen dat in de omstandigheid dat de werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt op het moment dat hij het beëindigingsvoorstel doet, geen belang van de werkgever gelegen kan zijn om niet akkoord te gaan met een dergelijk voorstel.

Tot slot stelt de werkgever nog dat juist in dit specifieke geval de werkgever geen recht op compensatie heeft omdat de arbeidsovereenkomst inmiddels is geëindigd in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Voor het Hof doet dit argument niet af aan het feit dat de werkgever al ruimschoots voordat de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt gehouden was in te stemmen met beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder betaling van de transitievergoeding. Door het niet nakomen van de deze verplichting heeft de werknemer schade geleden. Indien de werkgever had voldaan aan haar verplichting uit hoofde van goed werkgeverschap en had ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een transitievergoeding, dan had zij aanspraak kunnen maken op de regeling van de Wet Compensatie Transitievergoeding. Dat de werkgever nu mogelijk geen aanspraak heeft op enige compensatie komt daarom in beginsel voor haar rekening en risico. Het Hof merkt daarbij overigens nog op dat het niet uit te sluiten valt dat de werkgever wel een beroep kan doen op de compensatie van de betaalde vergoeding. Naar het oordeel van het Hof lijkt de tekst van de wettelijke bepaling daarvoor een aanknopingspunt te bieden.

Wakker worden

Uit deze uitspraak volgt eens temeer dat uit de Xella-beschikking van de Hoge Raad volgt dat als een werkgever weigert een slapende arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder een gerechtvaardigd belang dit een tekortkoming in de nakoming van het goed werkgeverschap oplevert. Deze tekortkoming geeft recht op een schadevergoeding. Het is dan vervolgens de vraag of deze schadevergoeding valt onder de reikwijdte van de Wet Compensatie Transitievergoeding. Werkgevers doen er daarom verstandig aan verzoeken van werknemers tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst na 2 jaar ziekte onder toekenning van de transitievergoeding niet te weigeren. Immers, de te betalen transitievergoeding komt (binnen bepaalde grenzen) voor compensatie in aanmerking. Van een schadevergoeding is dat nog maar zeer de vraag, al denkt het Hof dat de schadevergoeding wel valt onder de reikwijdte van de Wet Compensatie Transitievergoeding.

Wanneer u dit artikel interessant vindt, wij hebben al eerder geschreven over de slapende dienstverbanden en de Wet Compensatie Transitievergoeding en wellicht zijn onderstaande artikelen de moeite waard om te lezen:

Wakker worden; het verlossende woord over slapende dienstverbanden

- Slapend houden IVA-medewerker in strijd met goed werkgeverschap 

- Mag slapend dienstverband slapend blijven 

- Niet langer wakker liggen van een slapend dienstverband

Meer weten?

Mochten er hier nog vragen of onduidelijkheden over zijn, neem dan gerust contact met ons op. Op die manier kunnen uw problemen snel(ler) worden opgelost, of zelfs worden voorkomen. Dat noemen wij Service van Nu.

Wijsheid van Nu

Indien u periodiek op de hoogte gehouden wil worden van arbeidsrechtelijke actualiteiten en andere "Wijsheden van Nu", schrijf je dan hier in voor onze nieuwsbrief.

 

 

Blog van AVN

23 januari 2020

© 2020 Advocaten van Nu