Informatie inlener niet altijd doorslaggevend

In artikel 22 van de NBBU-cao is de zogenoemde inlenersbeloning geregeld. Deze inlenersbeloning houdt in dat het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht gelijk zijn aan het loon en de vergoedingen die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijkwaardige functies in dienst van de inlener. De inlenersbeloning is opgenomen in artikel 8 Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (WAADI). Lid 2 van artikel 22 NBBU-cao regelt vervolgens welke componenten onder de inlenersbeloning vallen. Een uitzendonderneming is uiteraard afhankelijk van de informatie die zij van de inlener ontvangt. Om die reden bepaalt lid 3 van artikel 22 dat de toepassing van de inlenersbeloning gebaseerd kan worden op de informatie zoals verstrekt door de inlener. Mocht later blijken dat de uitzendkracht niet juist is beloond, dan zal de uitzendovereenkomst niet met terugwerkende kracht het juiste loon moeten betalen. Dit is anders als sprake is van opzet dan wel kennelijk misbruik. Dit laatste speelde in een recente zaak bij het Hof Den Haag.

Informatie inlener niet altijd doorslaggevend

Blog van AVN

28 februari 2019

Feiten
In de Haagse zaak ging het om een werknemer die op 24 juli 2014 als uitzendkracht in dienst was getreden bij Arrow. Op de uitzendovereenkomst was de NBBU-cao van toepassing. De werknemer in kwestie is afwisselend in dienst geweest bij twee inleners. Bij beide inleners was de Cao voor de Vleessector van toepassing. Tijdens het dienstverband van werkneemster was deze cao tweemaal algemeen verbindend verklaard.

Cao Vleessector
Een van de discussiepunten tussen partijen was de vraag of de werkneemster in de periode dat de Cao voor de Vleessector algemeen verbindend was verklaard rechtstreeks aanspraak kan maken op beloning conform die cao. Het Haagse Hof oordeelt dat dit het geval is, nu Arrow valt aan te merken als een uitzendbedrijf in de sector. Hiervan is sprake nu zij in de regel voor meer dan 50% van de totale loonsom uitzendkrachten ter beschikking stelt van ondernemingen in de vleessector. Uit alle feiten blijkt dat dit het geval is, zodat op grond van de werkingssfeerbepaling de werknemer rechtstreeks aanspraak kan maken op beloning conform de cao.

Inlenersbeloning NBBU
Een tweede discussiepunt betreft de vraag waar de werknemer aanspraak op kon maken in de periode dat de cao niet algemeen verbindend was verklaard. Hier komt artikel 22 NBBU-cao in beeld. Het Hof oordeelt dat het bepaalde in de eerste twee leden van artikel 22 NBBU-cao en artikel 8 WAADI de uitzendwerkgever verplichten om aan de uitzendkracht hetzelfde loon en overige vergoedingen te betalen als die zijn toegekend aan werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies van de inlener. Onder deze beloning is naar het oordeel van het Hof in ieder geval te verstaan, het geldende periodeloon, periodieken, toeslagen, alsmede onbelaste kostenvergoedingen. Bij toeslagen gaat het dan om alle toeslagen, zoals voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegendienst en andere inconvenienten. Dat artikel 22 lid 2 NBBU-cao toeslagen of andere inconvenienten dan verschoven uren en onregelmatigheid niet met zoveel woorden noemt, doet hieraan niet af, omdat deze toeslag (evenals de andere toeslagen) geacht kan worden onderdeel uit te maken van het periodeloon. Het Hof oordeelt dat van en limitatieve opsomming in genoemd artikel geen sprake is.

Informatie inlener
Het Hof oordeelt vervolgens dat de eindejaarsuitkering niet onder artikel 22 lid 2 NBBU valt. Van de eindejaarsuitkering kan immers, anders dan van toeslagen, niet worden geoordeeld dat deze geacht wordt deel uit te maken van het periodeloon. De eindejaarsuitkering betreft een extra vergoeding aan werknemers die in december en/of bij einde dienstverband voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Arrow had nog een verklaring van de heer De Koeier van de NBBU in het geding gebracht in welke verklaring De Koeier aangeeft dat Cao-partijen beoogd hebben zo ver mogelijk gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 8 WAADI door juist wel een limitatieve opsomming op te nemen. Het Hof legt deze verklaring naast zich neer, met name omdat de uitleg van De Koeier afbreuk zou doen aan het in artikel 8 WAADI neergelegde beginsel van gelijke behandeling ter uitvoering van de uitzendrichtlijn.

Het Hof oordeelt dus dat ook in de periode dat de Cao voor de Vleessector niet algemeen verbindend was verklaard, de werkneemster recht heeft op loon en toeslagen conform de Cao voor de Vleessector (uitgezonderd dus de eindejaarsuitkering). Dit zou slechts anders zijn indien het beroep van Arrow op artikel 22 derde lid van de NBBU-cao (inhoudende dat toepassing van de inlenersbeloning kan worden gebaseerd op de informatie verstrekt door de inlener) zou slagen. Naar het oordeel van het Hof is dit niet het geval, omdat gesproken kan worden van opzet, dan wel kennelijk misbruik als bedoeld in de NBBU-cao. Nu Arrow een uitzendbureau is dat zich uitsluitend, althans hoofdzakelijk bezighoudt met het uitzenden van werknemers in de Vleeswerkingsindustrie kan zij bekend worden verondersteld met de Cao voor de Vleessector. Zij was daar immers ook in de periode van algemeen verbindendverklaring aan gebonden.

Conclusie
Deze uitspraak maakt twee zaken duidelijk. In de eerste plaats is het Hof Den Haag van oordeel dat de lijst in artikel 22 lid 2 NBBU-cao geen limitatieve opsomming betreft. Niet genoemde toeslagen kunnen wel degelijk onderdeel uitmaken van het periodeloon. Gekeken zal moeten worden naar de vraag of een vergoeding standaard periodiek als extra beloning voor gewerkte uren wordt toegekend. Is dat het geval, dan valt de toeslag onder artikel 22 NBBU-cao aldus het Hof. Daarnaast maakt deze uitspraak duidelijk dat een uitzendwerkgever zich niet te allen tijden kan verschuilen achter de informatie zoals verstrekt door de inlener. Is duidelijk dat een uitzendwerkgever goed bekend is met de inhoud van een bepaalde cao, dan rust er op de uitzendwerkgever een eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of de informatie, zoals verstrekt door de inlener, juist is.

 

Blog van AVN

28 februari 2019

© 2019 Advocaten van Nu