Amici, confrères en collega’s

Het klinkt vooral ouderwets: advocaten die elkaar onderling aanspreken met “amice/amica” en “confrère/collega”. Waarom doen ze dat eigenlijk (nog)?

Amici, confrères en collega’s

Blog van AVN

27 juni 2019

Weledelgestrenge vrouwe

Net beëdigd als advocaat vond ik het als 24-jarige vrij bijzonder om als “weledelgestrenge vrouwe” aangeschreven te worden door de (vaak wat) oudere advocaten van de wederpartij. Die aanspreektitel werd dan gevolgd door “geachte collega” of als ik de advocaat persoonlijk kende “amica”. Ik dacht in eerste instantie dat het vooral een beetje “poeha” was, maar het gebeurt niet geheel zonder reden.

Amice/amica of confrère/collega

De hoofdregel is dat wij een andere advocaat aanspreken met confrère of collega tenzij je een dusdanig goede band hebt met elkaar dat je elkaar kunt aanspreken met amice of amica. Bij dat laatste geldt weer dat de eerst beëdigde advocaat de ander als eerste met amice of amica aanspreekt (die bepaalt dus in feite of dat wel of niet gebeurt, of dat we gewoon bij geachte confrère en geachte collega blijven).

Mij is door mijn (mannelijke) patroon destijds geleerd dat je een mannelijke advocaat met confrère aanspreekt en een vrouwelijke advocaat met collega. Bij het kantoor waar ik daarna ben gaan werken, werd door mijn (vrouwelijke) collega geleerd dat ik (als vrouwelijke advocaat) alle andere advocaten als collega moest aanspreken; dus ook de mannelijke advocaten. De reden daarvan was dat confrère “medebroeder” betekent en dat een vrouwelijke advocaat geen broeder kan zijn en dus ook de andere advocaten geen medebroeder kan noemen. Dat is in feite correct, maar de eerste keer dat ik dat hanteerde kreeg ik een erg venijnige reactie van een (mannelijke) advocaat die mij toebeet: “Ik ben een man hoor!” Nadat ik een paar keer dergelijke reacties had ontvangen, ben ik er weer mee opgehouden en ben ik de mannelijke advocaten weer als confrère gaan aanspreken; omdat ik liever een inhoudelijke discussie over de zaak heb dan over dergelijke futiliteiten.

Poeha of noodzaak?

Hoewel ik het nog steeds als een futiliteit beschouw, spreken advocaten elkaar onderling toch niet voor niets zo aan. De achtergrond is dat het in de communicatie onderling niet gaat om de persoon van de advocaat. Het heeft in feite dezelfde achtergrond als de toga in de rechtszaal. Door de naam van de advocaat er niet in te betrekken wordt die er als persoon niet in betrokken, maar enkel in zijn professionele rol van advocaat.

Voor de toekomst

Er is dus wel een goede reden dat advocaten elkaar onderling met confrère/collega of amice/amica aanspreken, maar ik ben wel heel benieuwd of dit over 10 jaar nog steeds zo gebeurt. Vroeger gebeurde het namelijk nooit en tegenwoordig zie je incidenteel al advocaten elkaar onderling aanspreken met de naam in de aanhef (“Beste Saskia”). Het was 12,5 jaar geleden immers ook nog normaal om “weledelgestrenge vrouwe” te gebruiken en dat is toch ook alweer lang geleden dat ik zo ben aangesproken!

Wijsheid van Nu?

Wil je periodiek op de hoogte worden gehouden van arbeidsrechtelijke actualiteiten en andere “Wijsheden van Nu”, schrijf je dan hier in voor onze nieuwsbrief.

 

Blog van AVN

27 juni 2019

© 2019 Advocaten van Nu