Transitievergoeding na 2 jaar ziekte


28 januari 2016

Veel werkgevers ervaren het als onrechtvaardig dat zij aan een medewerker, die reeds 2 jaar arbeidsongeschikt is, de transitievergoeding moeten betalen wanneer - via een UWV-procedure - de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd. Zij hebben immers al twee jaar het loon doorbetaald en waarschijnlijk nog andere re-integratiekosten gemaakt. De laatste tijd krijgen wij van werkgevers dan ook steeds vaker de vraag of een dienstverband van een dergelijke werknemer in stand gelaten kan worden. Werkgevers willen op deze manier voorkomen dat zij de transitievergoeding verschuldigd zijn. Is dit toegestaan?

Na twee jaar ziekte eindigt het opzegverbod en is het doorgaans vrij eenvoudig om van het UWV een ontslagvergunning te krijgen. De werkgever dient, kort gezegd, aan te tonen dat de werknemer niet binnen 26 weken in eigen of aangepast werk kan terugkeren. Wanneer het UWV van mening is dat de werkgever dit voldoende heeft aangetoond, verstrekt het UWV een vergunning. De werkgever kan vervolgens het dienstverband opzeggen. Sinds 1 juli 2015 is de werkgever dan de transitievergoeding verschuldigd.

Voor werkgevers kan het dus interessant zijn om het dienstverband in stand te laten. Er geldt immers geen verplichting meer om loon te betalen, nu deze verplichting na 2 jaar ziekte eindigt. Er ontstaat in dat geval een 'slapend dienstverband'. De vraag komt dan op of er risico's verbonden zijn aan een dergelijk dienstverband. Die zijn er. Zo blijft altijd de kans bestaan dat de werknemer zich na verloop van tijd weer hersteld meldt danwel aanspraak maakt op passende arbeid. De werkgever kan dit niet negeren en het (concrete) aanbod van de werknemer om passende arbeid te verrichten serieus moeten bekijken en, kort gezegd, de werknemer moeten herplaatsen en de loonbetaling hervatten. Ook zal de werknemer, waarvan het dienstverband is blijven bestaan, bij een eventuele reorganisatie meegenomen moeten worden bij de afspiegeling. Tot slot bestaat er voor de werknemer de mogelijkheid zelf ontbinding bij de kantonrechter te gaan vragen, waarbij de werknemer de transitievergoeding zal vorderen. De werknemer zal daarbij moeten aantonen dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het dienstverband 'slapend' te houden.

Over deze werknemersverzoeken zijn inmiddels de eerste uitspraken bekend. Alhoewel iedere zaak zich kenmerkt door andere feiten en omstandigheden, is de lijn tot nu toe in ieder geval dat de kantonrechter van mening is dat op de werkgever geen verplichting rust om de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte te beëindigen. Er geldt geen ontslagplicht. Met andere woorden: de werkgever handelt niet ernstig verwijtbaar en de transitievergoeding is dan ook niet verschuldigd, althans in de zaken waarin geprocedeerd is.

Iedere kwestie dient op zichzelf bekeken te worden. Zo zijn er situaties denkbaar dat een 'slapend dienstverband' de voorkeur geniet boven een beëindiging. Een goed voorbeeld daarvan is de werknemer die op zeer korte termijn de AOW-leeftijd bereikt. In dat geval kan tot het bereiken van de AOW-leeftijd het dienstverband slapende worden gehouden. Bij het bereiken van de AOW-leeftijd kan vervolgens de arbeidsovereenkomst eenvoudig worden opgezegd en is er wettelijk gezien geen transitievergoeding verschuldigd vanwege deze AOW-leeftijd. Anderzijds bestaan situaties waarin er een aanzienlijke kans is dat de werknemer zich na verloop van tijd weer meldt, terwijl zijn plek inmiddels is ingevuld. In dat geval ligt een beëindiging wellicht meer in de rede. Ook is het niet ondenkbaar dat in een specifiek geval de werkgever in de ogen van de kantonrechter wel ernstig verwijtbaar handelt door het dienstverband slapend te houden. Kortom: van belang is dat per situatie bekeken wordt wat de wenselijke situatie is. Wij adviseren u graag over de beste aanpak.

Advocaten van Nu