DE AFTOCHT VAN DE TIJD-VOOR-TIJD-REGELING?


12 november 2018

Eind 2017 kwam je “er in om”; nieuwsberichten over de vele wijzigingen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) per 1 januari 2018. Zo moesten alle overwerkuren per 1 januari 2018 worden uitbetaald conform de WML, wat uiteraard een enorme invloed had op onder meer de grens voor inhouden en verrekening en de toepassing van de ET-regeling. Er is per 1 januari 2018 nog een wijziging doorgevoerd in de WML waarover minder is geschreven, omdat die op dat moment nog niet zo veel invloed had. Maar dat gaat per 1 januari 2019 veranderen!

Uitzondering in de WML voor de tijd-voor-tijd-regeling

Per 1 januari 2018 geldt dus dat voor elk uur dat gewerkt wordt boven de normale arbeidsduur (overwerk) het wettelijke minimumloon moet worden betaald. Tegelijk met die wijziging in de WML is ook een uitzondering opgenomen ten behoeve van de vaak toegepaste tijd-voor-tijd-regeling. In artikel 13a WML is de mogelijkheid tot compensatie van uren boven de overeengekomen arbeidsduur in vrije tijd in een latere periode is opengehouden, mits deze mogelijkheid vooraf schriftelijk is overeengekomen met de werknemer.

Voorbeeld

Een voorbeeld om het te verduidelijken: er is een 36-urige werkweek overeengekomen, de werknemer werkt in periode 1 – 2018 41 uur in één week. Deze 5 uur boven de 36 uur hoeven – indien vooraf schriftelijk overeengekomen met de werknemer - niet na afloop van periode 1 2018 te worden uitbetaald conform het minimum“uur”loon, maar mogen ook bijvoorbeeld in periode 6 – 2018 worden opgenomen door de werknemer in vrije tijd, waarbij de werknemer dan dus bijvoorbeeld in één week 31 uur werkt in plaats van 36 uur en wel op basis van 36 uur betaald wordt. Er werd wel direct een grens bij opgenomen. De compensatie-uren moesten uiterlijk worden opgenomen door de werknemer voor 1 juli van het kalender jaar erna (in bovenstaand voorbeeld dus voor 1 juli 2019), anders moesten ze alsnog worden uitbetaald.

Einde tijd-voor-tijdregeling in de flexbranche?

Dit klinkt allemaal heel mooi, maar de goede lezer van het artikel in de WML (artikel 13a) valt op dat bij lid 3 staat opgenomen “nog niet in werking”. Lid 3 gaat echter wel in werking treden per 1 januari 2019 en dat levert een grote wijziging op voor de tijd-voor-tijd-regeling, met name in de flexbranche! In lid 3 gaat namelijk worden opgenomen dat de compensatie van overwerk in vrije tijd alleen nog maar mag worden overeengekomen bij cao. Dat enkele feit zou nog niet zo’n probleem zijn voor de flexbranche (immers, dan hoeft het alleen maar te worden opgenomen in de toepasselijke cao). Echter, er wordt expliciet bij aangegeven dat de uitzondering voor compensatie in vrije tijd in uitzendsituaties alleen mogelijk is als de mogelijkheid tot compensatie in vrije tijd in de “inleen-cao” is opgenomen (de cao die bij de inlener van toepassing is). Dit betekent voor uitzendbureaus dat zij per inlener zullen moeten gaan bekijken of de mogelijkheid tot het compenseren van overwerk in vrije tijd (een tijd-voor-tijd-regeling) in de bij de inlener toepasselijke cao is opgenomen. Is dat niet opgenomen in die “inleen-cao”, dan kan  het toepassen van de tijd-voor-tijd-regeling een stevige boete van de Inspectie SZW opleveren omdat de Inspectie dan van mening is dat het uitzendbureau de WML overtreedt!

De eenvoudigste oplossing is uiteraard om geen tijd-voor-tijd-regeling meer toe te passen en al het overwerk simpelweg uit te betalen in de periode dat de overuren gemaakt zijn. Mocht u nog wel een tijd-voor-tijd-regeling willen toepassen als uitzendbureau, kijk dan goed of deze mogelijkheid is opgenomen in de cao die bij de inlener van toepassing is!

 

 

 

tijd_voor_tijd1.jpg