HOT NEWS! Uitzondering inhoudingsverbod volgens SZW niet toegestaan als werkgever en verhuurder dezelfde partij zijn


09 december 2016

Afbeeldingsresultaat voor asscher

Inleiding

Op basis van de Wet Aanpak Schijnconstructies geldt vanaf 1 januari 2017 een verbod voor werkgevers om inhoudingen/verrekenen te laten plaatsvinden op het minimumloon. Hierop zijn enkele uitzonderingen geformuleerd. Zo mogen de huisvestingskosten op basis van een schriftelijke volmacht worden ingehouden tot een maximum van 25% van het minimumloon. Als voorwaarde geldt wel dat de verhuurder kort gezegd een woningbouwvereniging is of beschikt over het huisvestingkeurmerk van SNF.

Verschil inhouding/verrekening

Reeds in een vroeg stadium heeft Advocaten van Nu gewezen op het verschil tussen een inhouding en verrekening. Op basis van het arbeidsrecht zijn in dit kader twee artikelen van belang, te weten artikel 7:631 BW en 7:632 BW. In artikel 7:631 BW is aangegeven dat een werknemer schriftelijke volmacht aan de werkgever kan verlenen om uit naam van de werknemer betalingen te verrichten. In artikel 7:632 BW is aangegeven dat indien de werkgever een vordering heeft op de werknemer en de werknemer een vordering op de werkgever, er een verrekening kan plaatsvinden (uiteraard onder bepaalde voorwaarden). De vorderingen kunnen dan feitelijk tegen elkaar worden weggestreept. Dit betreffen dus duidelijk twee verschillende artikelen.

In de Wet Aanpak Schijnconstructies is bepaald dat het verrekenen volgens artikel 7:632 BW met het minimumloon niet meer is toegestaan. Het enige wat nog is toegestaan is de inhouding op basis van artikel 7:631 BW door middel van een volmacht. In de Nota van Toelichting is te lezen:

“De Wet Aanpak Schijnconstructies introduceert in de WML wel de mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregelen van bestuur (AMVB) bepaalde betalingsverplichtingen aan te wijzen waarvoor een werknemer schriftelijke volmacht verleent aan de werkgever om betalingen in zijn naam te verrichten uit het wettelijk minimumloon. Dit dient te gebeuren met inachtneming van hetgeen in artikel 7:631 BW is bepaald. Indien niet is voldaan aan de voorwaarden die het BW hieromtrent stelt, wordt eveneens in strijd met de WML gehandeld en kan de Inspectie een boete opleggen.”

Er is dus expliciet aangegeven dat de inhouding dient te geschieden op basis van artikel 7:631 BW en als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, er in strijd wordt gehandeld met de WML. Naar de mening van Advocaten van Nu kan uit de tekst van artikel 7:631 BW worden afgeleid dat de betaling namens de werknemer aan een derde dient te geschieden en dus niet aan de werkgever zelf.

In het geval de uitzendonderneming en de verhuurder dezelfde partij is, geldt dus feitelijk dat de uitzendkracht een vordering heeft op de uitzendonderneming ter zake het loon en de uitzendonderneming / verhuurder een vordering heeft op de werknemer / huurder ter zake de huur. In een dergelijk geval heeft Advocaten van Nu gewezen op het risico dat ondanks een eventuele machtiging dit in juridische zin toch wordt aangemerkt als een “verrekening” ex artikel 7:632 BW. En dit is volgens de WAS dus uitdrukkelijk verboden indien hiermee onder het minimumloon wordt gedoken.

Standpunt Inspectie SZW

Volgens diverse brancheorganisaties zou de uitzondering op het inhoudings-/verrekeningsverbod door middel van een volmacht ook gelden indien de uitzendonderneming en de verhuurder dezelfde partij zou betreffen. Hoewel er absoluut argumenten zijn te verzinnen voor dit standpunt van de brancheorganisaties, bleven de twijfels bij Advocaten van Nu bestaan. In dat kader heeft Advocaten van Nu bij de Inspectie SZW verzocht om opheldering. Immers, de Inspectie SZW is de partij die in dit kader zal gaan handhaven vanaf 1 januari 2017 en dus ook (hoge) boetes zal uitdelen in geval van overtreding.

Hieronder een copy paste van het antwoord van de Inspectie SZW (Directie Arbeidsverhoudingen).

Beste David,

... (lees: een andere medewerker van de Inspectie SZW, toevoeging DL) heeft deze vraag doorgestuurd naar de directie Arbeidsverhoudingen van SZW.

Het klopt dat met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag verrekeningen door de werkgever op grond van 7:632 niet worden toegestaan. Er is wel de mogelijkheid opgenomen dat er bepaalde betalingsverplichtingen kunnen worden aangewezen waarvoor de werknemer een schriftelijke volmacht kan geven om betalingen te verrichten.

In het Besluit is geregeld dat de werknemer bevoegd is om schriftelijke volmacht te verlenen aan de werkgever om betalingen te verrichten aan de verhuurder, indien de huurprijs ten hoogste 25% bedraagt en de verhuurder gecertificeerd is overeenkomstig de bij cao vastgestelde normen.

U geeft aan dat de werkgever en de verhuurder dezelfde partij is.

De werkgever en de verhuurder kunnen echter niet dezelfde zijn omdat voor inhoudingen een derde verplicht is. Dit uitgangspunt geldt ook in de handhaving. 

Ik hoop hiermee u vraag beantwoord te hebben.

Het standpunt van de Inspectie SZW is in ieder geval volkomen duidelijk.

Conclusie

Naar de mening van de Inspectie SZW geldt dat indien de uitzendonderneming tevens optreedt als verhuurder, er geen sprake kan zijn van een inhouding ex artikel 7:631 BW. Indien in een dergelijk geval een bedrag wordt "ingehouden/verrekend" met het loon terzake de huisvesting, zal dit Inspectie SZW dit kwalificeren als een onderbetaling in het kader van de WML met alle gevolgen van dien.

Voornoemd probleem is relatief eenvoudig op te lossen door de huisvesting onder te brengen in een aparte entiteit (lees: andere B.V.). In dat geval zal er immers wel sprake zijn van een betaling aan een "derde". Veel uitzendondernemingen zijn zich hiervan echter niet bewust en aangezien 1 januari 2017 al over enkele weken is, is het maar de vraag of dit tijdig te realiseren is (inclusief de vereiste SNF-certificering).

Wellicht dat de brancheorganisaties nog een spoed lobbytraject in gang kunnen zetten? Met een beetje geluk heeft de medewerker van de Inspectie SZW de gevolgen van zijn reactie niet overzien en kunnen de brancheorganisaties nog iets voor elkaar krijgen.

Update! (9-12-2016 15:43 uur) De brancheorganisatie(s) blijven van mening dat uitzendonderneming en verhuurder dezelfde partij kunnen zijn. De brancheorganisatie(s) gaat de dialoog aan met de Inspectie SZW aan.

To be continued.